Staalimport: vanaf 1 oktober geldt de 'melt and pour'-plicht. Is uw documentatie op orde?
29 september 2026
Donderdag 1 oktober 2026 is het zover: vanaf dan moet bij de invoer van veel staalproducten worden aangetoond waar het staal is gesmolten en gegoten. De Douane heeft dit op 22 september nog eens bevestigd. De maatregel komt uit EU-verordening 2026/1384, die een groot deel van de Europese staalimport raakt. Zendingen zonder de juiste documenten lopen het risico niet te worden ingeklaard.
De achtergrond: strengere bescherming van de Europese staalmarkt
Sinds 1 juli vervangt Verordening (EU) 2026/1384 de oude vrijwaringsmaatregelen voor staal. De hoeveelheid staal die zonder extra heffing de EU in mag, is ongeveer 47% lager dan onder de quota van 2024 en ligt nu op 18,3 miljoen ton per jaar. Is een quotum op, dan geldt een heffing van 50% in plaats van de eerdere 25%. Die heffing komt bovenop eventuele antidumping- of compenserende rechten.
De nieuwe ‘melt and pour’-regel moet voorkomen dat staal uit landen met overcapaciteit via beperkte bewerkingen in een derde land alsnog de Europese markt bereikt. Daarom telt voortaan het land waar het staal voor het eerst vloeibaar is gemaakt en gegoten.
Wat moet er vanaf 1 oktober worden aangeleverd?
Op 28 augustus heeft de Europese Commissie in Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1963 vastgelegd welk bewijs nodig is. Het uitgangspunt is het certificaat van het walswerk (Mill Test Certificate, MTC). Daarop moeten twee gegevens staan: het land van smelten en gieten en het warmtenummer (heat number) van het staal.
Ontbreekt een van deze gegevens op het MTC? Dan kan de Douane aanvullende documenten accepteren die de ontbrekende informatie wel bevatten. Het MTC zelf moet dan ook worden aangeleverd. Het gaat om een vaste lijst, waaronder facturen, leveringsbonnen, kwaliteitscertificaten, contractbepalingen, langlopende leveranciersverklaringen, kostprijs- en productiedocumenten, douanedocumenten van het land van uitvoer, handelscorrespondentie en productomschrijvingen.
Overgangsjaar: tijdelijk ook zonder MTC
Van 1 oktober 2026 tot en met 30 september 2027 mogen deze alternatieve documenten ook zelfstandig als bewijs dienen als er geen MTC is, mits ze zowel het land van smelten en gieten als het warmtenummer vermelden. Daarna is het MTC verplicht. Houd er dus rekening mee dat de eisen vanaf oktober 2027 strenger worden.
Welke producten?
De regels gelden vooral voor basisstaalproducten, zoals platen, strippen, staven, profielen, walsdraad, buizen en draad, en meestal niet voor werken van staal. Doorslaggevend is de HS-code: alleen producten in bijlage I van Verordening (EU) 2026/1384 vallen eronder. Het overzicht van de codes vindt u [in de bijlage / via deze link].
Wat betekent dit voor uw zendingen?
Voor de aangifte hebben wij per zending en per product het land van smelten en gieten, het warmtenummer en het bijbehorende bewijsstuk nodig. De regels bepalen uitdrukkelijk dat de invoer wordt geweigerd als het land van smelten en gieten niet met toereikend, controleerbaar bewijs wordt opgegeven.
Ons advies sluit aan bij dat van Koninklijke Metaalunie: neem nu contact op met uw leveranciers. Controleer of zij een MTC meesturen, of het land van ‘melt and pour’ en het heat number daarop staan, en of zij deze informatie vanaf 1 oktober structureel kunnen aanleveren. Stuur de documenten vervolgens mee met de overige inklaringsdocumenten, dan zorgen wij voor een vlotte afhandeling.
Meer lezen
- Verordening (EU) 2026/1384: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202601384
- Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1963: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202601963
- Nieuwsbericht van de Douane: https://www.douane.nl/aantonen-land-van-smelten-en-gieten-staal-verplicht-vanaf-1-oktober/